BasisBijbel

2 Kronieken 9:16-31 BasisBijbel (BB)

16. Verder liet hij 300 kleine gouden schilden maken. Voor één klein schild werd 300 sikkels goud [ (3,3 kilo) ] gebruikt. Die schilden zette hij in zijn paleis, dat hij 'Bos van de Libanon' had genoemd.

17. Verder liet de koning een grote troon van ivoor maken, bedekt met zuiver goud.

18. De troon had zes treden, een gouden voetenbank die aan de troon bevestigd was en twee gesloten armleuningen. Naast de armleuningen stonden twee leeuwen.

19. Op elke tree stonden ook twee leeuwen, dus twaalf in totaal. Voor geen enkele koning was ooit zo'n troon gemaakt.

20. Alle drinkbekers van koning Salomo waren van goud. Ook alle andere gebruiksvoorwerpen in het 'Bos van de Libanon' waren van zuiver goud. Er was niets van zilver, want zilver was in de tijd van koning Salomo niet veel waard.

21. Want de schepen van koning Salomo en van koning Hiram vertrokken eens in de drie jaar uit Tarsis en kwamen vol goud, zilver, ivoor, apen en pauwen weer terug.

22. Koning Salomo was wijzer en rijker dan alle andere koningen op aarde.

23. Van overal kwamen koningen naar Salomo toe om de wijsheid te horen die God hem had gegeven.

24. Jaar in jaar uit bracht iedereen die kwam geschenken mee: zilveren en gouden voorwerpen, kleren, wapens, specerijen, paarden en ezels.

25. Verder had Salomo stallingen waar 4000 paarden en strijdwagens in konden, en 12.000 ruiters. Deze bevonden zich in de speciaal daarvoor gebouwde steden en bij de koning in Jeruzalem.

26. Hij heerste over alle koningen vanaf de Rivier tot aan het land van de Filistijnen en de grens van Egypte.

27. Er kwam zoveel zilver naar Jeruzalem, dat zilver daar net zo gewoon was als steen. En ook zoveel hout van cederbomen, dat cederhout in die tijd niets bijzonders was. Het was net zo gewoon als het hout van de wilde vijgenbomen die in grote aantallen in de vlakte groeiden.

28. Salomo's paarden kwamen uit Egypte en uit alle landen.

29. De rest van wat Salomo allemaal heeft gedaan, van het begin van zijn regering tot aan het einde, is opgeschreven door de profeten Natan, Ahia uit Silo en Jedo. De boeken van de profeet Jedo gaan ook over koning Jerobeam, de zoon van Nebat.

30. Salomo heeft 40 jaar in Jeruzalem over heel Israël geregeerd.

31. En Salomo stierf en werd begraven in de 'Stad van David.' Zijn zoon Rehabeam werd na hem koning.