Statenvertaling

Jeremia 13:1-9 Statenvertaling (SV1750)

1. Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen, en koop u een linnen gordel, en doe dien aan uw lenden, maar breng hem niet in het water.

2. En ik kocht een gordel naar het woord des HEEREN, en ik deed dien aan mijn lenden.

3. Toen geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:

4. Neem den gordel, dien gij gekocht hebt, die aan uw lenden is, en maak u op, en ga henen naar den Frath, en versteek dien aldaar in de klove ener steenrots.

5. Zo ging ik henen, en verstak dien bij den Frath, gelijk als de HEERE mij geboden had.

6. Het geschiedde nu ten einde van vele dagen, dat de HEERE tot mij zeide: Maak u op, ga henen naar den Frath, en neem den gordel van daar, dien Ik u geboden heb aldaar te versteken.

7. Zo ging ik naar den Frath, en groef, en nam den gordel van de plaats, alwaar ik dien verstoken had; en ziet, de gordel was verdorven en deugde nergens toe.

8. Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

9. Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verderven de hovaardij van Juda, en die grote hovaardij van Jeruzalem.