Statenvertaling

Hebreeën 13:6-15 Statenvertaling (SV1750)

6. Zodat wij vrijmoediglijk durven zeggen: De Heere is mij een Helper, en ik zal niet vrezen, wat mij een mens zal doen.

7. Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling.

8. Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

9. Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leringen; want het is goed, dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, door welke geen nuttigheid bekomen hebben, die daarin gewandeld hebben.

10. Wij hebben een altaar, van hetwelk geen macht hebben te eten, die den tabernakel dienen.

11. Want welker dieren bloed voor de zonde gedragen werd in het heiligdom door den hogepriester, derzelver lichamen werden verbrand buiten de legerplaats.

12. Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden.

13. Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.

14. Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.

15. Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden.