NBG-vertaling 1951

2 Samuël 19:39-43 NBG-vertaling 1951 (NBG51)

39. En al het volk trok de Jordaan over. Ook de koning trok over. Toen kuste de koning Barzillai en zegende hem, en deze keerde naar zijn woonplaats terug.

40. Daarna trok de koning voort naar Gilgal, en Kimham trok met hem mee. Al het volk van Juda en de helft van het volk van Israël zette de koning over.

41. En zie, alle mannen van Israël kwamen tot de koning en zeiden tot hem: Waarom hebben onze broeders, de mannen van Juda, u ontvoerd en de koning en zijn huis, benevens al de mannen van David met hem, over de Jordaan gebracht?

42. Toen antwoordden alle mannen van Juda de mannen van Israël: Omdat de koning aan ons verwant is. Waarom wordt gij dan toornig hierover? Hebben wij soms op kosten van de koning gegeten? Hebben wij soms enig voordeel genoten?

43. Maar de mannen van Israël antwoordden de mannen van Juda: Wij hebben tienmaal meer recht op de koning, ja op David, dan gij. Waarom hebt gij ons veracht? Stond het niet allereerst aan ons onze koning te doen terugkeren? Maar de woorden van de mannen van Juda hadden meer kracht dan die van de mannen van Israël.