Het Boek

Mattheüs 10:2-10 Het Boek (HTB)

2. Dit zijn de namen van zijn twaalf apostelen: Simon (ook wel Petrus genoemd) en diens broer Andreas, Jakobus (de zoon van Zebedeüs) en zijn broer Johannes,

3. Filippus en Bartholomeüs, Thomas en Mattheüs (de tolontvanger), Jakobus (de zoon van Alfeüs) en Thaddeüs,

4. Simon de Zeloot en Judas Iskariot (door wie Jezus is verraden).

5. Jezus stuurde deze twaalf erop uit met de opdracht: ‘Ga niet naar de ongelovigen of de Samaritanen,

6. maar alleen naar de verloren schapen van het volk van Israël.

7. Vertel hun dat het Koninkrijk van de hemelen vlakbij is.

8. Maak zieken gezond. Laat doden weer levend worden. Genees melaatsen. Verdrijf boze geesten. Jullie mogen er niets voor vragen, omdat je het zelf ook voor niets hebt gekregen.

9. Neem geen geld mee,

10. geen reistas met extra kleren en sandalen. Zelfs geen wandelstok. Want je zult krijgen wat je nodig hebt.