Het Boek

Efeziërs 1:1-11 Het Boek (HTB)

1. Van: Paulus, die door God is aangewezen als apostel van Jezus Christus. Aan: alle gelovigen in de stad Efeze, die Christus Jezus trouw volgen.

2. Ik wens u de genade en de vrede toe van God, onze Vader, en van onze Here Jezus Christus.

3. Aan God, de Vader van onze Here Jezus Christus, komt alle dank en eer toe. Hij heeft ons, nu wij één zijn met Jezus Christus, alle geestelijke zegen gegeven die er in de hemel is.

4. Al voordat Hij de wereld maakte, heeft God ons uitgekozen, wij die één met Christus zijn. Wij zouden alleen van Hém zijn en volmaakt voor Hem staan.

5. Het is altijd zijn bedoeling geweest ons als zijn kinderen aan te nemen door Jezus Christus,

6. opdat wij Hem zouden prijzen voor zijn onovertroffen genade. En Hij heeft ons door zijn geliefde Zoon laten ervaren hoe buitengewoon goed Hij is.

7. Gods Zoon heeft zijn leven en zijn bloed gegeven om ons van de zonde te verlossen. Alles wat wij hebben misdaan, is ons daardoor vergeven. Wat een rijke genade!

8. En dat niet alleen! God heeft ons alle wijsheid en inzicht gegeven.

9. Hij verlangde ernaar ons het geheim bekend te maken waarom Hij Christus heeft gestuurd.

10. Hij heeft besloten alles in de hemel en op aarde bijeen te brengen onder het absolute gezag van Christus, als de tijd rijp is.

11. Door onze eenheid met Christus zijn wij het eigendom van God geworden. Dat is altijd de bedoeling geweest van Hem die alles doet zoals Hij Zelf wil en goed vindt.